Mauritanië: Belangrijke neerwaartse risico's, maar overwegend positieve vooruitzichten

- Hoge inkomsten uit de grondstoffenexport en kapitaalinstromen ondersteunden de externe en de begrotingsbalans in tijden van crisis.
- De liquiditeits- en solvabiliteitsindicatoren kenden een positieve wending met sterke prognoses voor de toekomst.
- De classificaties van Mauritanië voor het politiek risico op (middel)lange en op korte termijn werden in mei 2021 geüpgraded.
- De blootstelling aan meer COVID-19-golven, sociaal-politieke spanningen, veiligheidsdreigingen en klimaatschokken vormen de voornaamste risico's voor de woestijnnatie.
Pro's
Contra’s
Staatshoofd
Bevolking
Bnp per hoofd
Inkomensgroep
Belangrijkste exportproducten
COVID-19 in cijfers voor Mauritanië
Sinds de wereldwijde COVID-19-uitbraak in maart 2020 telde Mauritanië 21.765 bevestigde gevallen en 495 sterfgevallen (tot op 13 juli 2021). Dit is gemiddeld in vergelijking met andere Afrikaanse landen. Toen de pandemie uitbrak, werden strikte inperkingsmaatregelen ingevoerd. Zo werden commerciële vluchten geschrapt, en landsgrenzen, scholen en niet-essentiële bedrijven gesloten. Tussen mei en september 2020 werden de maatregelen geleidelijk opgeheven. Toen het aantal gevallen tegen het einde van het jaar weer toenam, werden de maatregelen ook opnieuw ingevoerd. Daardoor bleef het aantal dodelijke slachtoffers op dat moment beperkt. In maart 2021 is de vaccinatiecampagne in Mauritanië van start gegaan, met als doel ongeveer 60% van de bevolking (2,7 miljoen mensen) in te enten. Omdat het vaccin slechts in beperkte mate beschikbaar is, werden tot op heden nog maar 176.337 doses toegediend (hoofdzakelijk van Covax, China en de VAE). Hiermee is echter slechts 1,9% van de bevolking volledig gevaccineerd. Een recente toename van het aantal bevestigde gevallen doet vrezen voor een derde golf, waardoor de versnelde uitrol van de vaccinaties des te dringender wordt.
De COVID-19-pandemie heeft geleid tot sterke financieringsbehoeften om de sociale en gezondheidsuitgaven te dekken. Er werd vrij snel aanzienlijke internationale donorsteun verleend en de schuldendienst werd opgeschort nadat de wereldwijde gevolgen van de pandemie duidelijk waren geworden. In het kader van het initiatief tot opschorting van de schuldendienst (DSSI) werd in 2020 ongeveer 95 miljoen USD aan middelen vrijgemaakt voor Mauritanië, en dankzij de verlengingen van het DSSI zal in 2021 nog meer schuldverlichting worden verkregen. In mei 2020 keurde de regering een steunprogramma goed van ongeveer 3,9% van het bbp (260 miljoen USD) om de crisis het hoofd te helpen bieden door te voorzien in extra gezondheids- en medische voorzieningen, sociale bescherming, steun voor kmo’s, voedselvoorraden en hulp bij veiligheidsgerelateerde uitgaven. Om deze programma's te helpen financieren, kende het IMF Mauritanië een noodfinanciering toe van ongeveer 130 miljoen USD onder de ‘Rapid Credit Facility’ (RCF). In september 2020 en maart 2021 werd respectievelijk 52 miljoen USD en 23,5 miljoen USD aan middelen beschikbaar gemaakt in het kader van het ‘Extended Credit Facility’-programma (ECF) van het IMF voor 2017-2020.
Economische gevolgen van COVID-19 en herstel dankzij hulpbronnen
Na een snelle groei van 5,6% in 2019, leidde COVID-19 tot een economische krimp van 2,2% in 2020. Verwacht wordt dat de bbp-groei zich in 2021 en 2022 geleidelijk zal herstellen en op respectievelijk 3,1% en 5,6% zal uitkomen onder impuls van een opleving van de wereldwijde vraag en de lopende investeringen in de winningscapaciteit van het land. De prijzen voor ijzererts en goud zullen naar verwachting hoog blijven in 2021, maar vanaf 2022 zou de prijs voor ijzererts weer dalen als gevolg van de mogelijke vertraging van de Chinese vraag en de toenemende concurrentie. De bbp-groei zou in 2023 oplopen tot 7,5% dankzij de ingebruikname van nieuwe offshore-gasvelden. Het economisch herstel in Mauritanië is sterk afhankelijk van de hulpbronnen. Dit brengt een grote kwetsbaarheid met zich mee omdat de internationale grondstoffenmarkten zo volatiel is. Toch ziet het ernaar uit dat zowel de liquiditeits- als de solvabiliteitsindicatoren een positieve wending hebben genomen.

Deviezenreserves opgebouwd dankzij hoge inkomsten uit metaalexport en kapitaalinstromen
In 2020 was de uitvoer van metalen goed voor bijna 64% van de totale inkomsten op de lopende rekening. Door de sterke goud- en ijzerertsprijzen sinds midden 2020 stegen de inkomsten fors in 2020 en 2021. De uitvoer van vis – goed voor 19% van de inkomsten op de lopende rekening – kreeg in 2020 een klap als gevolg van vervoersproblemen. Mauritanië bestaat voor 80% uit woestijn en is voor driekwart van zijn voedselbehoefte afhankelijk van import. Bovendien is het land een netto-importeur van brandstof, waardoor het een structureel tekort op de lopende rekening heeft dat in 2020 ongeveer 11,5% van het bbp bedroeg (meer dan een derde van de totale inkomsten op de lopende rekening). Na eerdere vertragingen zou het offshore-gasveld ‘Grand Tortue Ahmeyim’ echter moeten opstarten in 2023, waardoor het tekort op de lopende rekening in verhouding tot het bbp structureel zou dalen tot onder de 10%.
Mauritanië heeft in het verleden te kampen gehad met deviezencontroles en -schaarste. De nationale munt (ouguiya) is geen zwevende munt maar wordt wel ondersteund door interventies van de centrale bank. De afgelopen vijf jaar zijn de bruto deviezenreserves geleidelijk aangegroeid tot een gezond niveau. Ondanks de tijdelijke stop van directe buitenlandse investeringen in 2020 (voornamelijk investeringen in mijnbouw, gas en openbare infrastructuur) bleef de totale kapitaalinstroom sterk dankzij de aanzienlijke internationale financiële steun. Dankzij het beperkte overschot op de betalingsbalans zijn de deviezenreserves in december 2020 gestegen tot een recordhoogte van 1,5 miljard USD (4,5 maanden importdekking). De directe buitenlandse investeringen zouden zich in 2021 moeten herstellen en de verwachting is dat de deviezenreserves de komende jaren enigszins zullen toenemen. Mauritanië beschikt ook over een nationaal koolwaterstoffonds ter waarde van 0,75% van het bbp (2020), dat naar verwachting vanaf 2025 zal stijgen tot meer dan 1,5% van het bbp. Het vooruitzicht van een sterkere reservebuffer zou bescherming moeten bieden tegen de volatiliteit van de grondstofprijzen, hoewel in de komende jaren nog steeds financieringstekorten kunnen ontstaan wanneer de donorsteun afneemt (de steun dekt ongeveer 11% van de importkosten) of het nieuwe gasproject verdere vertraging oploopt. De inflatie schommelt rond de 2-3%, maar door de stijgende voedselprijzen kan dit volgend jaar oplopen tot 4%. De banksector ondervond de gevolgen van de economische vertraging in 2020, aangezien het aandeel van de niet-renderende leningen steeg tot 26% van de totale leningen, komende van 22% in 2019.
Overheidsfinanciën blijven houdbaar
Hogere inkomsten uit de uitvoer van grondstoffen en aanzienlijke donorsteun om de COVID-19-crisis te helpen aanpakken, hebben onverwacht geleid tot een begrotingsoverschot van 3% van het bbp in 2020. Verwacht wordt dan ook dat de overheidsschuldquote zal afnemen tot ongeveer 56% in 2021. Na het voorspelde begrotingstekort van 2% van het bbp in 2021, zal het primaire saldo een krap overschot blijven vertonen en zal het totale begrotingssaldo de komende jaren ongeveer in evenwicht blijven. Als gevolg daarvan zal de overheidsschuldquote in 2022 een piek bereiken van ongeveer 61% en daarna geleidelijk dalen. De verhouding tussen de overheidsinkomsten en het bbp bedroeg in 2020 ongeveer 21% (meer dan het gemiddelde van 16% in Sub-Sahara-Afrika), terwijl minder dan 5% van de overheidsinkomsten naar rentebetalingen gaat. De situatie van de Mauritaanse overheidsfinanciën is dan ook aanvaardbaar. De regering voerde in het kader van het ECF-programma van het IMF voor de periode december 2017-maart 2021 namelijk een sterke begrotingsconsolidatie en structurele hervormingen (zoals een betere belastingadministratie) door en heeft om een vervolgregeling verzocht.
De totale externe schuldenlast (inclusief private en publieke externe schuld) bereikte in 2015 een hoogtepunt van 95,7% van het bbp en nam in 2020 af tot ongeveer 73% van het bbp dankzij een sterke bbp-groei en een gematigde schuldtoename. Bovendien omvat de schuldenlast passieve schuld aan Koeweit ter waarde van ongeveer 12% van het bbp in 2020, waarover sinds 2011 wordt onderhandeld met het oog op schuldverlichting. De schuldendienst is mede dankzij het DSSI gematigd tot ongeveer 10% van de inkomsten op de lopende rekening in 2020, en de verhoudingen zouden de komende jaren beheersbaar moeten blijven. Wegens de hoge huidige verhouding van de externe overheidsschuld tot het bbp en de hoge schuldendienstratio, valt Mauritanië volgens het IMF onder de landen met een hoog risico op externe en algemene schuldennood, zelfs al wordt de schuld houdbaar geacht.
Controversiële sociaal-politieke omstandigheden, veiligheidsdreigingen en klimaatschokken vormen grote risico's
Corruptie, sociale verdeeldheid, armoede en spanningen tussen stammen zijn diep verankerd in de samenleving en leiden vaak tot onrust. De bevolking bestaat voor ongeveer twee derde uit Arabische Moren en één derde etnische zwarte Afrikanen. De Moren zijn verdeeld in de dominante groep van de zogenaamde blanke Moorse elite (de Beidan), en de zwarte Moren (de Haratin), die historisch gezien afstammen van de slaven van de Beidan. Ondanks het officiële verbod op slavernij wordt nog steeds aangenomen dat velen er in de praktijk mee te maken hebben. De aanhoudende discriminatie van de Haratin en spanningen tussen de gemeenschappen vormen een sudderend risico voor burgerlijke onrust en leiden vaak tot internationale veroordeling.
Op korte termijn blijft het gebrek aan toegang tot COVID-19-vaccins het grootste gevaar, waardoor het land wordt blootgesteld aan nieuwe golven van de pandemie. Ook de veiligheidsrisico's in de Sahel vormen een belangrijk risico. Als belangrijke veiligheidsbondgenoot van de VS en de EU neemt Mauritanië deel aan de G5-Sahel, een groep van landen die terroristische aanslagen in de regio proberen tegen te gaan. Een ander groot risico vloeit voort uit periodes van droogte en klimaatschokken die de landbouwsector treffen. Bovendien blijft het risico op staatsgrepen relatief hoog, want het land heeft een geschiedenis van frequente staatsgrepen en pogingen tot staatsgrepen. De laatste staatsgreep dateert van 2008 en bracht de vorige president Mohamed Ould Abdel Aziz aan de macht. Na vreedzame verkiezingen betekende de overwinning van generaal Mohamed Ould Ghazouani in juni 2019 na tien jaar (twee ambstermijnen), het einde van de politieke dominantie van Aziz. President Ghazouani is populair en dankzij zijn connecties met de oppositie en de van oudsher onderdrukte etnische groepen kwam er verandering in de eerdere lage tolerantie voor activiteiten van de oppositie. Aanvankelijk waren ze bondgenoten, maar intussen ontstond er rivaliteit tussen de voormalige en de huidige president. Die rivaliteit zou een bedreiging kunnen vormen voor de stabiliteit als Aziz zich in 2024 herverkiesbaar zou stellen of zou proberen het leger te verdelen om een staatsgreep uit te lokken. Elke poging tot staatsgreep zal waarschijnlijk echter mislukken, gezien de sterke steun van de veiligheidstroepen die president Ghazouani geniet.
Ratings voor politiek risico geüpgraded in mei
In 2016 werd de rating van Mauritanië voor het politiek risico op (middel)lange termijn gedowngraded van categorie 6/7 naar 7/7, omdat het land de gevolgen ondervond van het einde van een haussecyclus van grondstoffen. De externe schuldratio's en politieke spanningen waren toen zeer hoog. De economische en financiële indicatoren zijn sinds 2019 beginnen verbeteren, maar de risico's in verband met sociale verdeeldheid, onveiligheid in de Sahel, het leger in de politiek en klimaatschokken blijven aanzienlijk. Ondanks COVID-19 is de externe positie van Mauritanië in 2020 versterkt dankzij gunstige handelsvoorwaarden, omvangrijke donorsteun en betere begrotingsresultaten. De herstelde buffers van deviezenreserves moeten toekomstige schokken i.v.m. handelsvoorwaarden helpen opvangen. Bovendien worden de vooruitzichten ondersteund door de verwachting dat de gasexport het structureel grote tekort op de lopende rekening zal verkleinen en de schuldquotes van de overheid en de buitenlandse schuld zal doen dalen. Bijgevolg werd zowel de classificatie van Mauritanië voor het politiek risico op (middel)lange als die voor het politiek risico op korte termijn in mei 2021 geüpgraded. De classificatie van het politieke risico op (middel)lange termijn ging van de hoogste risicocategorie 7/7 naar 6/7 en de classificatie van het politieke risico op korte termijn ging van 5/7 naar 4/7.
Analist: Louise Van Cauwenbergh – l.vancauwenbergh@credendo.com